Energiecollectief Honderdland kijkt vooruit: van gezamenlijk meten naar actief sturen
Energiehub Honderdland heeft de eerste belangrijke stappen al een tijd geleden gezet. Inmiddels is de energiehub in een nieuwe fase beland: meten wat er gebeurt, en het gezamenlijke energieprofiel steeds slimmer organiseren.
Businesspark Honderdland telt ongeveer honderd bedrijven, voornamelijk actief in de agrologistiek. Dagelijks rijden er zo’n duizend vrachtwagens van en naar het bedrijventerrein. Elektrificatie van dat transport zorgt de komende jaren voor een enorme stijging van de elektriciteitsvraag. Tegelijkertijd zit het elektriciteitsnet vol en is verzwaring van de aansluiting niet zomaar mogelijk.
Energieprofielen op elkaar afstemmen
Energiecollectief Honderdland is nu ruim een jaar operationeel en bevindt zich inmiddels in de monitoringsfase. De deelnemers krijgen steeds beter inzicht in hun eigen energiegebruik én in het gezamenlijke profiel van het bedrijventerrein.
Die data maken zichtbaar waar pieken ontstaan, maar ook wanneer capaciteit onbenut blijft. De volgende vraag is hoe de bedrijven hun bedrijfsprocessen beter geautomatiseerd op elkaar kunnen afstemmen. Nu wordt nog handmatig bijgestuurd: kan een flexibel proces bijvoorbeeld op een ander moment plaatsvinden? Kan een laadmoment worden verschoven? En kan beschikbare zonne-energie directer worden benut?
Tegelijkertijd voert het collectief gesprekken met mogelijke nieuwe deelnemers. Daarbij moet telkens worden onderzocht welke invloed hun verbruik en opwek hebben op het gezamenlijke profiel.
Van monitoren naar actief sturen
Op dit moment monitort de energiehub het energiegebruik vooral en stuurt hier handmatig op. Op termijn wil Honderdland ook flexibele installaties van deelnemers actief kunnen aansturen. Denk aan zonnepanelen, laadpalen en batterijen.
Een collectief energiemanagementsysteem zou bijvoorbeeld kunnen bepalen wanneer een batterij wordt geladen of wanneer een vrachtwagen het beste aan de laadpaal kan. Zolang er voldoende ruimte is, behouden ondernemers zoveel mogelijk vrijheid. Dreigt het collectief een afgesproken grens te overschrijden, dan kan het systeem ingrijpen.
Daarmee wordt de energiehub steeds meer een actief aangestuurd lokaal energiesysteem. Dat vraagt niet alleen om techniek, maar ook om duidelijke afspraken. Wie mag welke installatie aansturen? Onder welke omstandigheden gebeurt dat? En hoeveel flexibiliteit kan iedere deelnemer beschikbaar stellen?
Kunnen batterijen de pieken opvangen?
Nu er steeds betere meetgegevens beschikbaar zijn, kan Honderdland ook gerichter onderzoeken wat energieopslag kan betekenen. Een van de mogelijkheden is een gezamenlijk batterijpark.
Het principe is eenvoudig: de batterijen worden gevuld op momenten dat de vraag laag is of veel duurzame elektriciteit beschikbaar is. Tijdens piekmomenten leveren ze energie, zodat de belasting van het net wordt beperkt.
Of dat technisch en financieel haalbaar is, hangt sterk af van het daadwerkelijke energieprofiel. Hoe hoog en hoe lang zijn de pieken? Hoeveel opslagcapaciteit is nodig? En wordt een batterij alleen ingezet voor de energiehub of kan deze ook op andere energiemarkten worden gebruikt? De verzamelde data moeten helpen om zulke vragen steeds nauwkeuriger te beantwoorden.
Ook gezamenlijke investeringen in duurzame opwek worden onderzocht. Niet ieder bedrijf heeft bijvoorbeeld een geschikt dak voor zonnepanelen. Door collectief te investeren op locaties waar wél ruimte is, kunnen de opbrengsten toch ten goede komen aan het gezamenlijke energiesysteem.
Collectieve infrastructuur voor nieuwe ontwikkelingen
Honderdland blijft zich ondertussen ontwikkelen. Nieuwe bedrijven, laadvoorzieningen, batterijen en andere energiesystemen hebben allemaal kabels en leidingen nodig. Om te voorkomen dat iedere partij afzonderlijk infrastructuur moet aanleggen, werkt het bedrijventerrein aan een collectieve kabelbak.
Dit wordt een centrale corridor met buizen en voorzieningen waarvan meerdere bedrijven gebruik kunnen maken. De deelnemers investeren daar gezamenlijk in. Zo hoeft bij iedere nieuwe ontwikkeling niet opnieuw de grond open en ontstaat infrastructuur die voorbereid is op toekomstige toepassingen.
Die gezamenlijke aanpak past bij de volgende fase van Honderdland. Waar collectieve energie-inkoop eerder nog een stap te ver leek, staan de deelnemers daar inmiddels meer voor open. De samenwerking groeit mee met het inzicht in de gezamenlijke opgave.
Restwarmte van het datacenter benutten
Een andere grote ontwikkeling is de komst van een datacenter met een aansluiting van 40 megawatt. Dat datacenter gebruikt veel elektriciteit, maar produceert ook grote hoeveelheden warmte.
Honderdland onderzoekt hoe die warmte kan worden benut door bedrijven en andere afnemers in de omgeving. Door restwarmte te gebruiken voor processen of verwarming hoeft daarvoor minder elektriciteit of gas te worden ingezet. Dat kan niet alleen de CO₂-uitstoot verminderen, maar ook verdere belasting van het elektriciteitsnet voorkomen.
Het delen van warmte vraagt wel om nieuwe infrastructuur en samenwerking tussen producenten en afnemers. De vraag naar warmte moet bovendien passen bij de hoeveelheid en temperatuur die het datacenter kan leveren. Honderdland onderzoekt daarom hoe zo’n lokaal warmtesysteem er technisch, organisatorisch en financieel uit kan zien.
Energievraag voor vrachtwagens vervijfvoudigt
De grootste opgave blijft waarschijnlijk het laden van elektrische vrachtwagens. Honderdland gebruikt momenteel ongeveer 30 megawattuur elektriciteit per dag. Alleen al voor het toekomstige vrachtvervoer verwacht het bedrijventerrein in 2030 ongeveer 150 megawattuur per dag nodig te hebben. Dat is een vervijfvoudiging van het huidige totale verbruik.
En daar blijft het niet bij. Wanneer in 2040 ongeveer de helft van het vrachtverkeer elektrisch rijdt, kan de elektriciteitsvraag ten opzichte van nu zelfs vertienvoudigen. Daarbij is al uitgegaan van een relatief gunstig scenario waarin veel vrachtwagens ’s nachts worden geladen, wanneer andere bedrijven minder elektriciteit gebruiken.
De huidige maximale afnamecapaciteit van het collectief is ongeveer 7 megawatt. Alleen slimmer omgaan met de bestaande ruimte zal daarom niet voldoende zijn. Er zijn ook nieuwe laadvoorzieningen, opslag, opwek en zwaardere infrastructuur nodig.
Verschillende laadscenario’s
Honderdland onderzoekt meerdere scenario’s om die groeiende laadbehoefte op te vangen. Waarschijnlijk zal niet één oplossing voldoende zijn en ontstaat er een combinatie.
Laden op de eigen locatie kan voor een deel van de bedrijven werken, zeker wanneer vrachtwagens daar langere tijd stilstaan. De mogelijkheden zijn echter beperkt door de aansluiting van het individuele bedrijf en de beschikbare ruimte.
Een grootschaliger optie is een collectief laadplein. Op het bedrijventerrein is een kavel beschikbaar waar een laadplein met een relatief zware aansluiting kan worden ontwikkeld. Daarnaast wordt gekeken naar een decentraal laadplein buiten of aan de rand van het terrein.
Ook het nabijgelegen Transportcentrum Westland speelt hierbij mogelijk een rol. Daar zijn verschillende grote transportbedrijven gevestigd, voor wie elektrisch laden ook een grote uitdaging is. Nu wordt bekeken of zij bij de energiehub kunnen en willen aansluiten, bijvoorbeeld via een eigen groepstransportovereenkomst of als onderdeel van een bredere gezamenlijke aansluiting.

Integraal kijken naar energie en infrastructuur
Een datacenter, laadplein en batterijpark stellen allemaal zware eisen aan de energie-infrastructuur. De plannen kunnen daarom niet los van elkaar worden ontwikkeld. Honderdland onderzoekt samen met de netbeheerder welke combinaties mogelijk zijn en welke infrastructuur daarvoor nodig is.
De ontwikkeling van Honderdland laat daarmee zien hoe een energiehub stap voor stap groeit. De samenwerking begon met meten en inzicht krijgen. Nu verschuift de aandacht naar optimaliseren, gezamenlijk investeren en uiteindelijk actief sturen. Tegelijkertijd dwingt de snelle elektrificatie van het vrachtvervoer de ondernemers om ver vooruit te kijken.
Daar de crux van het Honderdland, zegt Niels Lock:
“Durf om vooruit te kijken, heb het lef om wel gewoon de eerste stappen te zetten, zonder dat in een keer alles moet kloppen. Begin en bouw daarna stap voor stap naar een effectieve en slimme samenwerking.”

